Portaalsite rond Handicap & Het Zuiden

 

In de kijker

Verslag van een boeiend event ter bevordering van een meer inclusieve ontwikkelingssamenwerking!

Op 6 december 2011 organiseerde Platform Handicap en Ontwikkelingssamenwerking (PHOS), in samenwerking met Mevrouw Sabine De Bethune, huidig voorzitster van de Belgische Senaat, en het International Disability and Development Consortium (IDDC) een lunch in het Belgische parlement. Uit de inschrijvingen blijkt dat veel mensen handicap en ontwikkelingssamenwerking een belangrijk thema vinden. Er waren meer dan 100 geïnteresseerden aanwezig in de Congreszaal van het Huis van de Parlementsleden. De lunch bood dan ook niet enkel lekkere broodjes, maar ook gastsprekers met een sterke expertise op het vlak van handicap en ontwikkelingssamenwerking.

Hieronder een verslag van het event. Onderaan vindt u ook alle gerelateerde documenten terug (documentatie & presentaties gastsprekers).

Iedereen werd verwelkomd door Joost Van Heesvelde, voorzitter van PHOS. Joost gaf aan dat PHOS een platform is, met leden uit zowel de handicapsector als de sector ontwikkelingssamenwerking. PHOS wil een bijdrage leveren aan de uitbouw van inclusieve maatschappijen in ontwikkelingslanden, zodat personen met een handicap een evenwaardige plaats krijgen. Joost benadrukte daarnaast ook dat PHOS uitgaat van een mensenrechtenbenadering en zich daarom baseert op het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VRPH). Vooral artikel 32 is voor PHOS zeer belangrijk. Artikel 32 van dit verdrag wijst expliciet op de nood aan inclusieve ontwikkelingssamenwerking. Dit houdt in dat specifieke doelgroepen zoals personen met een handicap betrokken worden in algemene projecten en dat hierbinnen rekening wordt gehouden met hun noden. Dit gebeurt nog veel te weinig, waardoor personen met een handicap in het Zuiden vaak weinig hoop hebben een menswaardig bestaan.

Presentatie Sabine de Bethune
Na de verwelkoming van Joost werd het woord gegeven aan Mevrouw Sabine De Bethune. Mevrouw De Bethune is momenteel voorzitster van de Belgische Senaat. Ze heeft naam verworven inzake gelijke kansen voor mannen en vrouwen als voorzitster van de CD&V werkgroep Vrouw en Maatschappij, maar ook professioneel als experte op ministeriële kabinetten en voor de Europese Commissie. Als voorzitster van de Ngo Trias en als lid van de commissie Buitenlandse Zaken, zet ze zich sterk in voor ontwikkelingssamenwerking. In haar presentatie lag de nadruk op het vele werk dat nog gedaan moet worden om in ontwikkelingslanden maatschappijen inclusief te maken. Toch is dit niet enkel een taak van Disabled People Organisations (DPOs) in de betrokken landen. Ook het noorden draagt een grote verantwoordelijkheid. België kan hier niet aan ontsnappen want het VRPH werd geratificeerd in 2009 en wij moeten dus onze verplichtingen nakomen.

De volgende gastspreker was Professor Geert Van Hove. Hij is professor aan de universiteit van Gent en expert op het vlak van handicap en inclusief onderwijs. Professor Van Hove lichtte het recente onderzoek van PHOS toe. Uit vorige projecten bleek dat de kennis over de situatie van personen met een handicap in ontwikkelingslanden vaak zeer beperkt is. PHOS wilde hier iets aan veranderen en startte een onderzoek. Dit onderzoek bestaat uit drie delen. Een eerste deel gaat in op de inspanningen die België doet om tegemoet te komen aan haar verplichtingen onder artikel 32 van het VRPH. In het tweede deel wordt de lijn doorgetrokken naar de inspanningen van internationale organisaties en andere Europese landen. In het derde deel tenslotte, wordt de situatie van personen met een handicap in zes Belgische partnerlanden onderzocht. Tijdens zijn presentatie besprak Professor Van Hove de resultaten in drie van deze landen, namelijk Benin, Oeganda en Tanzania. De conclusie die uit de resultaten van deze drie landen getrokken kan worden is duidelijk. Alledrie de landen hebben het VRPH geratificeerd en hebben dus verplichtingen ten opzichte van burgers met een handicap. Toch zijn de levensomstandigheden van personen met een handicap in deze drie landen precair. Hier moet dringend iets aan gebeuren.

Presentatie Geert Van Hove foto
Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen aanbevelingen voor de Belgische staat geformuleerd worden. Professor Van Hove lichtte enkele van deze aanbevelingen toe. Hij benadrukte dat het een groot voordeel is dat alle landen het VRPH ondertekend hebben. Dit kan een brug zijn voor de Belgische Minister van Ontwikkelingssamenwerking, die dit kan meenemen in gesprekken over verdere samenwerking. Daarnaast presenteerde Professor Van Hove nog enkele andere mogelijke verbeteringen. Op dit moment is er te weinig cijfermateriaal beschikbaar over personen met een handicap in ontwikkelingslanden. Het gebrek aan data wordt vaak gebruikt als een excuus voor het niet voeren van een inclusief ontwikkelingsbeleid. België kan het voortouw nemen in de zoektocht naar meer statistische gegevens over handicap in ontwikkelingslanden. Bovendien zijn er vele zogenaamde good practices met betrekking tot een inclusief ontwikkelingsbeleid terug te vinden in andere Europese landen (bv. Duitsland en Noorwegen). België zou deze landen als voorbeeld kunnen gebruiken en op die manier actief werken aan een inclusief ontwikkelingsbeleid. Professor Van Hove had een beperkte tijd en kon het onderzoek van PHOS dus niet uitgebreid voorstellen. Het onderzoek is ook nog niet afgerond. Verwacht wordt dat het volledig afgewerkte rapport beschikbaar zal zijn in februari 2012.

Na de voorstelling van het onderzoek was ruimte voorzien voor de presentatie van 4 experts op het vlak van handicap en ontwikkelingssamenwerking: Mevrouw Alicia Martin, Mevrouw Catherine Naughton, Meneer Bhekie Jele en Mevrouw Greet van Gool. Alicia Martin, van de Europese Commissie, was als eerste aan de beurt. Ze begon met een belangrijk feit, namelijk dat de EU dit jaar het VN verdrag inzake de rechten van personen met een handicap geratificeerd had en dat dit voor verantwoordelijkheden zorgde, ook op vlak van ontwikkelingssamenwerking. Hoewel de EU inspanningen doet, moet ze ook het hoofd bieden aan enkele uitdagingen: de nood aan bewustmaking, de inclusie van handicap in bilaterale ontwikkelingssamenwerking en niet enkel via NGO’s, nood aan training van EU personeel. De EU doet moeite om deze uitdagingen aan te gaan. Wat betreft het EU personeel wordt er bijvoorbeeld een ‘EC training course’ gegeven om het personeel van de Europese Commissie bewust te maken van de nood aan inclusieve ontwikkelingssamenwerking en hen handvaten aan te reiken. De vraag die Mevrouw Martin stelt op het einde van haar presentatie is: werken deze inspanningen? Hier kan nog geen oordeel over geveld worden. Vele actoren worden geconfronteerd met dezelfde uitdagingen. Samenwerken is essentieel!

Foto awareness event gastsprekers

Catherine Naughton, de volgende gastspreker, is Director International Alliances and Advocacy Development bij CBM, een internationale ontwikkelingsorganisatie die ook rond handicap en inclusie werkt. Zij sluit aan bij wat Mevrouw Martin in haar presentatie naar voor bracht. Er zijn een aantal dingen die een overheid moet doen voor een inclusief ontwikkelingsbeleid. Er moet een duidelijk beleid rond handicap en ontwikkeling opgericht en uitgevoerd worden. Daarnaast moet het idee van een inclusief ontwikkelingsbeleid ook door het betrokken personeel ondersteund worden. Training van het personeel is dus ook essentieel. Mevrouw Naughton gaat ook in op de Belgische context. In het rapport van 2009 over de Belgische bijdrage tot het halen van de Millenniumdoelstellingen geeft de overheid al toe dat de vooruitgang op vlak van deze doelstellingen niet de meest kwetsbare groepen, zoals personen met een handicap, treft. Voor Mevrouw Naughton betekent dit dat er in België niet van nul af aan moet begonnen worden met het werken aan inclusie. Er is immers al het besef dat bepaalde groepen in ontwikkelingslanden worden uitgesloten van vooruitgang. Het gaat hier dus niet alleen over personen met een handicap. Dit blijkt ook uit de boodschap die ze aan de aanwezige beleidsmakers en het publiek wil meegeven. Diversiteit moet opgenomen worden in ontwikkelingssamenwerking! Inclusieve ontwikkelingssamenwerking zal leiden tot meer doeltreffende ontwikkelingssamenwerking, voor iedereen.

De volgende gastspreker was Meneer Bhekie Jele van African Decade. Het onderwerp van zijn presentatie was de manier waarop Zuid-Afrika met handicap omging en wat de uitdagingen waren. Uit zijn presentatie werd duidelijk dat Zuid-Afrika inspanningen deed om de situatie voor personen met een handicap te verbeteren. Nochtans blijven opnieuw verschillende uitdagingen de implementatie van het beleid bemoeilijken: een algemeen gebrek aan capaciteit bij de overheid, onvoldoende (financiële) middelen voor de implementatie, onvoldoende participatie van personen met een handicap in het opstellen en implementeren van het beleid. Het is niet enkele Zuid-Afrika die met deze moeilijkheden kampt. Ze komen terug in elk Afrikaans land dat een beleid rond handicap probeert te implementeren. Het is dus essentieel dat deze uitdagingen aangepakt worden!

Mevrouw Greet van Gool was de laatste gastspreker van het panel. Zij is Attaché Multilaterale Relaties bij de FOD Sociale Zekerheid. Dit is het federale contactpunt en het interfederale coördinatiemechanisme in het kader van het monitoren van de implementatie van het VRPH. Mevrouw Van Gool sprak over de Belgische inspanningen voor inclusie. België schreef in 2011 een rapport voor de VN over de implementatie van het VRPH. Uit dit rapport bleek dat er op vlak van ontwikkelingssamenwerking toch nog enkele tekorten waren. Zoals door voorgaande sprekers ook al werd aangehaald is er een gebrek aan cijfermateriaal en data, die toelaten op gefundeerde basis actie te ondernemen. Toch zijn er volgens Mevrouw Van Gool ook belangrijke beslissingen genomen die een inclusief ontwikkelingsbeleid een stap dichterbij brengen. Zo werd er beslist dat binnen elke federale overheidsdienst een contactpunt voor handicap aangesteld moet worden. De FOD Sociale Zekerheid coördineert dit. Mevrouw van Gool erkende dat ondanks deze goede beslissing er nog veel werk aan de winkel is en is bereid te luisteren naar het advies van organisaties en dit indien mogelijk op te nemen in het beleid.

Na de voorstelling van het onderzoek en de presentaties van de vier gastsprekers was nog even tijd voor vragen en opmerkingen. Enkele mensen uit het publiek stelden vragen en er waren ook aanvullingen van experts uit de zaal. Daarna werd iedereen uitgenodigd voor een hapje en een drankje. Tijdens de lunch zelf was er ruimte om de gastsprekers persoonlijk aan te spreken en met andere aanwezigen na te praten en te denken over de mogelijkheden voor een meer inclusieve ontwikkelingssamenwerking.

Verslag: Steffie Neyens, PHOS

Documentatie:

Foto awareness event 2

Foto awareness event 3

Foto awareness event 5

Foto awareness event 4