Mensen met een handicap hebben seks
PERSBERICHT
Utrecht, 15 juni 2010
Voorlichting, zorg en behandelprogramma’s over hiv en aids bereiken mensen met een handicap nauwelijks. Want er wordt gedacht dat zij geen seks hebben. Ondanks de erkenning dat mensen met een handicap extra risico op een hiv-infectie lopen, worden zij vaak buitengesloten in programma’s van overheden en ontwikkelingsorganisaties. Voor het eerst in Nederland wordt deze problematiek geportretteerd. Op 15 juni presenteert VSO Nederland de documentaire ‘THE VOICE OF 650 MILLION TIMES ONE’. Het doel van deze film is aandacht te vragen voor dit vergeten thema.
Mensen met een handicap behoren tot de armste, minst opgeleide en meest gestigmatiseerde groepen in de wereld. Volgens de Wereldgezondsheidsorganisatie leeft
10% van de wereldbevolking met een handicap. Dat zijn zo’n 650 miljoen mensen. 80%
van hen woont in een ontwikkelingsland en is jonger dan 45 jaar. Maar liefst 97% van de
mensen met een handicap in een ontwikkelingsland is analfabeet.
Meer kans op aids met een handicap
Onderzoek van de Wereldbank en Yale University wijst uit dat gehandicapte mensen een verhoogd risico op een hiv-infectie hebben. De risicofactoren zijn: armoede, sociale uitsluiting, slechte toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, gebrek aan seksuele voorlichting, verhoogd risico op seksueel geweld en gebruik van alcohol en drugs.
Driedubbel stigma, maar niet aseksueel
“Ik heb een handicap”, vertelt Mary Muthoni Rop uit Kenia. “Als vrouw word ik als zwakker geslacht gezien, en ik ben hiv-positief. Ik heb dus een driedubbel stigma. Mensen denken dat een persoon met een handicap, zoals ik, geen seks heeft. Ze denken dat ik aseksueel ben. Ze zijn dan ook in shock als ze horen dat ik hiv-positief ben. Ik moet dan uitleggen dat ik ook seksuele verlangens heb, net als iedereen.”
Buitengesloten groep
Overheden, donoren, ontwikkelingsorganisaties en media maken zelden de link tussen hiv en aids en mensen met een handicap. “Ja, het is bekend dat deze mensen extra risico lopen. Waarom worden ze dan niet als aparte groep opgenomen in specifieke programma’s of beleidsplannen?”, aldus Joris Eekhout, directeur VSO Nederland. “Het lijkt dat veel aan aidsvoorlichting gedaan wordt. Maar wat heb je aan folders over seksuele voorlichting, als ze niet leesbaar zijn voor blinden? Zelden is er een doventolk aanwezig bij voorlichtingssessies, en ziekenhuizen zijn vaak ontoegankelijk voor mensen in een rolstoel. Dit is de realiteit voor meer dan 650 miljoen individuen”, benadrukt Eekhout.
Over de problematiek
• De Wereldgezondsheidsorganistie schat dat 650 miljoen mensen met een handicap zijn. 80% van hen woont in een ontwikkelingsland en is jonger dan 45 jaar.
• 97% van de mensen met een handicap in een ontwikkelingsland is analfabeet.
• UNAIDS schat dat er nu ongeveer 33 miljoen mensen met hiv zijn geïnfecteerd.
• Onderzoek wijst uit dat gehandicapte mensen een verhoogd risico op een hiv-infectie hebben. Bron: HIV/AIDS and Disability: Capturing Hidden Voices - Global Survey on HIV/AIDS and disability. The Worldbank/YALE University April 2004. Sindsdien op zo'n schaal geen nieuwe data gepubliceerd.
• Hoeveel mensen met een handicap ook met hiv leven weten we niet. Tot op heden zijn er hierover geen officiële cijfers bekend.
Over VSO
VSO is een internationale ontwikkelingsorganisatie die door duurzame kennisuitwisseling werkt aan een rechtvaardiger wereld zonder armoede. Op aanvraag van lokale organisaties in Afrika en Azië zenden wij vakdeskundigen uit die hun kennis en ervaring daar delen. Lokale organisaties kunnen daardoor hun werk effectiever doen.
Over Right to Life
• Deze documentaire is gemaakt in het kader van het Right to Life programma, een 5 jarig hiv en aids programma dat door VSO wordt uitgevoerd in 10 landen (Kameroon, Kenia, Mozambique, Tanzania, Zambia, Zuid-Afrika, Bangladesh, India, Nepal en Nederland).
• Dit programma wordt gefinancierd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
• Een van de aspecten is de rechten van mensen met een handicap hoger op de hiv en aids agenda te krijgen.
In de kijker
PROPAR, een PHOS-Project in Rwanda
Het Collectif Tubakunde verenigt de actoren in het domein van verstandelijke beperking in Rwanda. Bonnes pratiques is een referentiedocument voor de 35 organisaties die lid zijn van Tubakunde.
De centrale doelstelling van de ondersteuning aan kinderen met een verstandelijke beperking wordt in BP omschreven als ‘het bieden van goede kansen op comfort, sociale integratie en persoonlijke ontwikkeling’. Om dit hoge doel te bereiken moet een project :
1-het kind met een verstandelijke beperking benaderen in zijn natuurlijke omgeving ;
2-de ouders steunen bij het verstrekken van de dagelijkse zorgen aan het kind ;
3-het kind een aangepaste opvoeding bieden, zo mogelijk met een economische finaliteit ;
4-de participatie van het kind aan familiale en sociale activiteiten stimuleren ;
5-een begeleidingsplan opstellen voor elk kind ;
6-de ouders ondersteunen in hun ouderrol ;
7-steun zoeken binnen de lokale gemeenschap ;
8-de competenties van de medewerkers verbreden en verdiepen ;
9-een aangepaste infrastructuur opzetten en aangepast educatief materiaal ontwikkelen ;
10-duurzaamheid garanderen ;
11-continu werken aan verbetering.
Het project PROPAR (2009-2010) situeert zich in het verlengde van Bonnes pratiques. Het voorziet o.a. in
-een ‘mapping’ van de leden van Tubakunde. Hieruit zullen we aanbevelingen afleiden voor de ondersteuning van de leden door het collectief. Een voorbeeld: kunnen we komen tot vraaggestuurde vormingen (vanuit de leden van Tubakunde) i.p.v. de huidige aanbod-gestuurde vormingen (vanuit de NGO’s)?
-het uitgeven van een ledenblad dat gericht is op bekendmaking van de activiteiten van de leden van Tubakunde bij relevante stakeholders –uitbreiding van het netwerk- en op de uitwisseling van goede praktijken tussen de leden van Tubakunde.
-uitwisseling m.b.t. Réadaptation à Base Communautaire (RBC). Wat is het Rwandese antwoord op vragen als: welke partijen in de lokale gemeenschap kunnen betrokken worden bij de ondersteuning van kinderen met een verstandelijke beperking en hun families? Welke zijn de gepratikeerde interventiestrategieën en hoe kunnen we deze verbeteren? Is het wenselijk een modelschema in te voeren voor het opstellen van de individuele begeleidingsplannen van de kinderen? Enz.
-uitwisseling m.b.t. educatief materiaal. Welk educatief materiaal is functioneel binnen een contextgestuurde opvoeding van kinderen met een verstandelijke beperking in Rwanda? Zetten we ons samen aan de productie van dat materiaal? Een thema vormen ook praktijkgerichte vormingen spelbegeleiding voor opvoeders van kinderen met een verstandelijke beperking.
-uitwisseling m.b.t. project-beheer. Het hanteren van een eenvoudig managementschema. Oefeningen ‘projectvoorstellen schrijven’. Gids financieringskanalen…
Tegelijk begeleidt PHOS een RBC-project van één van de leden van Tubakunde in het landelijke Kamonyi (piloot-project). De andere leden zullen de kans krijgen een micro-project in te dienen voor het financieren van activiteiten die kaderen binnen ‘Bonnes pratiques’.

